Agenda CTG
De zittingen van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg worden zo'n drie weken van tevoren gepubliceerd in deze agenda.
De openbare zittingen van het CTG zijn in het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, Den Haag. Wilt u als bezoeker een zitting bijwonen? Standaard is voor bezoekers een aantal plekken beschikbaar. Komt u met een groep? Meld de groep dan van tevoren aan.
Zitting op woensdag 2 april 2025
Zaaknummer
C2024/2439
Partijen
Klager / psychotherapeut
Gemachtigde van psychotherapeut
Mr. E.J.C. de Jong te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen psychotherapeut: Na de premature geboorte van de dochter van klager in 2012, verbleef zij gedurende enkele weken op de afdeling neonatologie van een ziekenhuis. Een bij de behandeling betrokken kinderpsycholoog heeft klager en zijn toenmalig partner (hierna: de moeder) in september 2012 voor relatietherapie naar de psychotherapeut verwezen. Klager verwijt de psychotherapeut – kort gezegd- dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld.
RTG ’s-Hertogenbosch
Verklaart klager niet-ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdelen a) en b) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2479
Klager / GZ-psycholoog
Gemachtigde van klager
Mr. M. Tijseling te Utrecht
Gemachtigde van psycholoog
Mr. A.C. Reijerse te ‘s-Gravenhage
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is werkzaam bij een specialistisch centrum op het gebied van kindermishandeling/seksueel misbruik. De dochter van klager is door de huisarts naar het specialistisch centrum verwezen in verband met mogelijk misbruik door klager. De GZ-psycholoog heeft samen met een collega systeemtherapeut de dochter van klager onderzocht en een onderzoeksverslag opgesteld. De dochter van klager was ten tijde van het onderzoek 4 jaar oud.
Klager verwijt de GZ-psycholoog dat zij:
a) zijn dochter ten onrechte heeft behandeld en onnodig schade heeft veroorzaakt;
b) onvoldoende dossier heeft bijgehouden;
c) hem geen of onvolledige inzage in het dossier heeft gegeven;
d) onvoldoende deskundig en onvoldoende professioneel is; het onderzoeksverslag voldoet niet aan de minimale eisen;
e) partijdig is en een eenzijdig verhaal vertelt, namelijk dat van de moeder.
Zaaknummer
C2024/2503
Partijen
Klaagster / neuroloog
Gemachtigde van neuroloog
Mr. A.C.I.J. Hiddinga te Amsterdam
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen neuroloog. Klaagster staat sinds 2010 onder behandeling in het ziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is. Op 1 juni 2023 heeft de neuroloog na een afspraak een terugkoppelingsbrief naar de huisarts van klaagster gestuurd. In de brief was een behandelbeperking (o.m. niet reanimeren en geen IC-opname) opgenomen. Na bezwaar tegen die vermelding heeft de neuroloog de brief aangepast. Klaagster verwijt de neuroloog de opname van de (onjuiste) beperking in haar patiëntendossier en in de terugkoppelingsbrief.
RTG ’s-Hertogenbosch
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2645
Partijen
Klager / neuroloog
Gemachtigde van neuroloog
Mr. S. Dik te Amsterdam
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen neuroloog. De echtgenote van klager is in december 2020 na een herseninfarct in het ziekenhuis opgenomen en enkele dagen later overleden. Klager verwijt de neuroloog dat de zorg aan zijn echtgenote niet goed en deskundig is geweest. Zo heeft zij volgens hem een standaardbehandeling gekregen terwijl zij een andere behandeling had moeten krijgen en was het chaotisch op de afdeling waar zijn echtgenote was opgenomen. Verder verwijt klager de neuroloog dat is nagelaten om hem te bellen toen zijn echtgenote achteruitging. Hierdoor is zij overleden zonder dat klager bij haar was.
RTG Amsterdam
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zitting op maandag 7 april 2025
Zaaknummer
C2024/2531
Partijen
Klager / arts
Gemachtigde van arts
Mr. A.M. Franse te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een arts werkzaam in een ziekenhuis. Klager lijdt aan hartfalen en een verminderde linkerhartkamerfunctie waarvoor hij met medicatie wordt behandeld. Een bekende bijwerking van de door hem gebruikte medicatie is het krijgen van hypokaliëmie. Medio 2023 werd klager opgenomen op de afdeling cardiologie van het ziekenhuis waar hij medicatie kreeg toegediend. Bij ontslag uit het ziekenhuis heeft de arts klager een recept voor Slow-K tabletten (een medicijn om kalium aan te vullen) meegegeven. Klager verwijt de arts dat hij hem een te hoge dosering Slow-K heeft voorgeschreven. Hij stelt dat hij als gevolg van deze dosering tijdens het auto rijden een black-out kreeg waarbij hij zijn auto total loss heeft gereden.
RTG ’s-Hertogenbosch
De klacht is kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2627
Partijen
Klaagster / fysiotherapeut
Gemachtigde van fysiotherapeut
Mr. C.J. van den Ham te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is in de periode van september 2020 tot en met januari 2022 behandeld in een fysiocentrum in verband met kaak- en nekklachten aan de voorzijde. Volgens klaagster is zij op 21 oktober 2020 behandeld door de aangeklaagde fysiotherapeut als vervanger van haar vaste fysiotherapeut. Daarbij zou vanwege spierspanning dry needling zijn uitgevoerd in het wanggebied. Als gevolg van deze behandeling zou een zenuw zijn beschadigd en lijdt klaagster heftige pijn waardoor haar leven en levensvreugde drastisch zijn aangetast.
RTG Zwolle
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2475
Partijen
Kaakchirurg / klaagster
Gemachtigde van kaakchirurg
Mr. A.L.J. Domevscek te Amsterdam
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster een operatie uitgevoerd om haar gezicht te vervrouwelijken (facial feminization surgery). Tijdens de operatie is aan beide zijden van de onderkaak een zenuw beschadigd geraakt. Sinds dat moment heeft klaagster last van een blijvende gevoelsverandering in haar kin en onderlip. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij haar niet goed heeft geïnformeerd door (a) niette benoemen dat er een risico bestond op een blijvende zenuwbeschadiging in de onderlip en kin en (b) de garantie te geven dat het gevoel in haar onderlip en kin binnen drie jaar terug zou keren.
RTG Amsterdam
Verklaart klachtonderdeel (a) gegrond, legt de kaakchirurg de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2411
Partijen
Tandarts / klager
Gemachtigde van tandarts
Mr. L.H.E. Drenthe te Utrecht
Gemachtigde van klager
Mr. E.E. Schmitt-Hoogeterp te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van een tandarts (klager) tegen een andere tandarts, werkzaam in dezelfde plaats. De verhoudingen tussen beide tandartsen zijn al jaren ernstig verstoord. Klager verwijt de tandarts:
a) Oncollegiaal handelen door het faciliteren, ondersteunen en aanmoedigen van patiënten om klachten tegen klager in te dienen en het zoeken van publiciteit en het onterecht aan de schandpaal nagelen van klager; b)Valsheid in geschrifte door het in naam van voormalig patiënten opstellen, ondertekenen en versturen van brieven aan de praktijk van klager, waarin wordt gevraagd om het verstrekken van medische gegevens/loggegevens van het elektronische dossier. In 2021 kwamen er tientallen brieven van patiënten van de praktijk van de tandarts met dezelfde lay-out waarin patiënten vroegen naar loggegevens en auditbestanden; c) Het niet verstrekken van medische dossiers van naar klager overgestapte patiënten.
RTG Zwolle
Verklaart klachtonderdeel a gegrond, legt een berisping op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zitting op woensdag 16 april 2025
Zaaknummer
C2024/2499
Partijen
Klager / SEH-arts
Gemachtigde van SEH-arts
Mr. M.E. van Kuijk-Wesdorp te ‘s-Gravenhage
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een SEH-arts. Na een incident komt een twaalfjarig meisje, samen met haar moeder, naar de SEH. De SEH-arts vermoedt een mogelijk onveilige thuissituatie en gaat over tot melding bij Veilig Thuis. Vader en moeder zijn gescheiden en hebben beiden ouderlijk gezag; vader, de klager, wordt pas achteraf per brief over de melding geïnformeerd. Hij acht dit in strijd met de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling (verder: de meldcode) en maakt ook anderszins bezwaar tegen de melding. Volgens klager heeft de SEH-arts haar informatieplicht jegens hem geschonden door hem alleen te informeren over de melding en niet over het incident zelf en de daarop volgende onderzoeken/behandelingen. Naar het oordeel van het RTG is het in beginsel de taak van de ouder die met een kind een zorgverlener bezoekt, om de andere ouder daarover te informeren, ook in het geval, zoals hier, dat de ouders gescheiden zijn. Mede gelet op het feit dat de medische situatie van de dochter daar niet toe noopte, was er voor de SEH-arts geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken en uit eigen beweging met klager meer medische informatie te delen dan het feit dat zij een melding bij Veilig Thuis had gedaan.
RTG Amsterdam
Verklaart de klacht ongegrond en bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan enkele bij naam genoemde tijdschriften.
Zaaknummer
C2024/2682
Partijen
Klager / apotheker
Gemachtigde van apotheker
Mr. S.J. Muntinga te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een apotheker. De zoon van klaagster (hierna: de patiënt) is overleden. De patiënt is in behandeling geweest bij een psychiater, psycholoog en zijn huisarts en heeft door hen voorgeschreven medicatie gebruikt. Verweerster is werkzaam als apotheker in de apotheek waar de patiënt stond ingeschreven. Klaagster verwijt de apotheker dat er blindelings medicatie is uitgegeven aan de patiënt, dat er geen overleg heeft plaatsgevonden met de andere zorgverleners en dat het gebruik van de medicatie niet of onvoldoende is uitgelegd aan de patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de voorgeschreven medicatie, qua hoeveelheden en combinatie van medicijnen in orde was. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de apotheker signalen of zorgen over de patiënt gemist heeft of niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege concludeert dat niet is gebleken dat de apotheker op enig moment nalatig is geweest in de zorg voor de patiënt. Dat er eenmalig een dubbele levering van één medicijn heeft plaatsgevonden, maakt dit oordeel niet anders.
RTG Amsterdam
Verklaart de klacht ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2462
Partijen
Klager / plastisch chirurg
Gemachtigde van chirurg
Mr. R.W.J.M. te Pas te Rotterdam
Gemachtigde van klager
Mr. M.F. Mooibroek te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft een behandeling voor genderdystrofie ondergaan. Hij verwijt de plastisch chirurg (die een phalloplastiek heeft uitgevoerd) onvoldoende zorg rond de aangebrachte katheter, inadequate pijnbestrijding, negeren van klachten, onvoldoende bijhouden van het medisch dossier, en op meerdere momenten onvoldoende of ondeugdelijke zorgverlening (gescheurde katheterslang, fistel over het hoofd gezien en gehaast opereren).
Zaaknummer
C2024/2554
Partijen
Plastisch chirurg / IGJ
Gemachtigde van chirurg
Mr. R. Bertens te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht van de IGJ tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg voerde een boven-ooglidcorrectie bij een patiënte uit. Na verwijdering van de hechtingen was patiënte ongerust. Zij stuurde via WhatsApp een bericht naar de plastisch chirurg. Hierna vond op verzoek van de plastisch chirurg een videoconsult plaats. Patiënte verbrak de verbinding toen zij het ontblote geslachtsdeel van de plastisch chirurg in beeld dacht te zien. De plastisch chirurg zocht diezelfde avond herhaaldelijk opnieuw contact met de patiënte en drong aan op een tweede videoconsult, dat rond middernacht plaatsvond. Tijdens dat tweede consult liet de plastisch chirurg seksueel grensoverschrijdend gedrag zien. De IGJ verwijt de plastisch chirurg dat hij:
-tijdens een videoconsult seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond;
-is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte door de wijze waarop hij zich tijdens dat videoconsult presenteerde;
-is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte door de wijze waarop hij de hulpvraag heeft uitgevraagd en beantwoord
-is tekortgeschoten in de zorgverlening jegens patiënte door de wijze waarop hij in zijn communicatie gebruik heeft gemaakt van WhatsApp en beeldbellen.
RTG Zwolle
Verklaart de klacht gegrond en legt de maatregel van doorhaling uit het BIG-register op;
bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan enkele bij naam genoemde tijdschriften.
Zitting op woensdag 23 april 2025
Zaaknummer
C2024/2542
Partijen
Klager / arts
Gemachtigde van arts
Mr. S. Koelewijn te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een arts werkzaam als medisch adviseur bij het CBR. De arts heeft klager voor medisch onderzoek naar een psychiater verwezen. Klager verwijt de arts dat hij hem heeft verwezen zonder hem eerst te horen en dat hij aan de verwijzing heeft toegevoegd dat hij twijfelde aan klagers gezichtsvermogen. Het RTG heeft vastgesteld dat niet de arts maar het CBR bepaalt of een medisch onderzoek moet plaatsvinden. De arts beoordeelt alleen welke type specialist dat onderzoek moet doen. Pas als de informatie van het CBR vragen oproept, kan er voor de arts reden zijn om contact op te nemen. Dat was hier niet het geval. Uit de tekst en verdere context van de verwijzing blijkt naar het oordeel van het RTG niet dat er twijfels waren over het gezichtsvermogen van klager.
RTG Amsterdam
De klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond
Zaaknummer
C2024/2595
Partijen
Klager / uroloog
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een uruloog, die door de voorzitter van RTG ’s-Hertogenbosch als kennelijk niet-ontvankelijk is afgewezen omdat niet of onvoldoende duidelijk is geworden wat klager de uroloog precies verwijt.
Zaaknummer
C2024/2585
Partijen
Klager / oogarts
Gemachtigde van oogarts
Mr. S. Slabbers te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een oogarts. Klager heeft begin januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. Hij heeft twee maanden daarna last gekregen van droge ogen en pijn. Hij is ontevreden over het vooronderzoek en de informatievoorziening. Ook klaagt hij over de behandeling door een niet BIG-geregistreerde zorgverlener, onder supervisie van een oogarts, tegen wie de klager ook een klacht heeft ingediend (C2024/2586). Klager verwijt de oogarts dat hij als medisch directeur niet heeft gehandeld on overeenstemming met de verantwoordelijkheid die voor hem voortvloeit uit artikel 7:453 BW.
RTG Amsterdam
Verklaart klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
Zaaknummer
C2024/2586
Partijen
Klager / oogarts
Gemachtigde van oogarts
Mr. T.A.M. Oosterhout te Utrecht
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een oogarts. Klager heeft begin januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. De ingreep is uitgevoegd door een in het buitenland opgeleide arts onder supervisie van de oogarts. Na de ingreep heeft klager last gekregen van onder andere droge ogen en oogpijn. De klacht komt erop neer dat volgens klager het vooronderzoek niet juist is uitgevoerd, waardoor niet duidelijk is geworden dat hij in een risicogroep viel en de operatie ten onrechte is uitgevoerd. Verder is hij ontevreden over de informatie die hij voor de operatie heeft ontvangen. De risico’s zijn daarin te rooskleurig weergegeven, als gevolg waarvan hij geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken. Verder verwijt hij de oogarts dat zij opdracht heeft gegeven aan een onbevoegd en onbekwaam persoon om de ingreep uit te voeren.
RTG Amsterdam
Verklaart klachtonderdelen g) en i) gegrond, legt de oogarts de maatregel op van waarschuwing en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Zitting op maandag 28 april 2025
Zaaknummer
C2024/2555
Partijen
Klager / bedrijfsarts
Gemachtigde van bedrijfsarts
Mr. S. Dirven te Nieuwegein
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is langdurig uitgevallen voor zijn werk. De bedrijfsarts heeft hem in het kader van zijn re-integratie begeleid. Klager vindt dat de bedrijfsarts onvoldoende voor hem heeft gedaan, medisch niet goed heeft gehandeld en heeft samengespannen met klagers werkgever, waardoor hij geen eerlijke behandeling heeft gehad. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de bedrijfsarts na zijn constatering dat voor verder herstel van klager verdere interventie nodig is, onvoldoende op een adequate interventie heeft ingezet en zich daarnaast onvoldoende heeft ingezet op een verbetering van contacten tussen klager en diens werkgever.
RTG ’s-Hertogenbosch
- verklaart de klachtonderdelen a en b gedeeltelijk gegrond voor zover klager de bedrijfsarts verwijt geen adequate behandeling en interventie te hebben ingezet;
- legt de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften: Tijdschrift voor Gezondheidsrecht; Gezondheidszorg Jurisprudentie; Medisch Contact en Het tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde.
Zaaknummer
C2024/2565
Partijen
Bedrijfsarts / klaagster
Gemachtigde van klaagster
Mr. M.J. Snijder te Leiden
Type zitting
Openbare zitting
Aard van de zaak
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster vervoerde met een taxibusje kinderen met een beperking en mensen met dementie. Vanaf 30 november 2022 was klaagster door haar werkgever ziek gemeld in verband met een peesontsteking aan haar pols. Klaagster kwam in verband met deze ziekmelding bij de bedrijfsarts op het spreekuur. Klaagster verwijt verweerder dat hij de diagnose Alzheimer bij haar heeft gesteld terwijl hij geen onderzoek heeft gedaan. Vervolgens heeft hij haar om die reden structureel ongeschikt verklaard voor haar werk als chauffeur personenvervoer. Toen klaagster met verweerder in gesprek wilde gaan heeft hij meermalen de afspraak afgezegd zodat het nooit tot een gesprek is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard omdat de bedrijfsarts onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder deugdelijke basis een ernstige diagnose te stellen. Daarnaast heeft de bedrijfsarts naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege nalatig gehandeld door geen opvolging te geven aan de afspraken, wat eveneens tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Mede omdat de bedrijfsarts geen zelfinzicht heeft getoond en de klacht niet serieus heeft aangepakt heeft het Regionaal Tuchtcollege een berisping opgelegd.
RTG ’s-Hertogenbosch
- verklaart de klacht gegrond;
- legt verweerder de maatregel op van berisping;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en aan Medisch Contact.
Zaaknummer
C2024/2626
Partijen
Klaagster / verpleegkundige
Gemachtigde van verpleegkundige
Mr. L. Wijnbergen te Groningen
Type zitting
Mondelinge raadkamer
Aard van de zaak
Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in het ziekenhuis voor een operatie op de afdeling neurologie en neurochirurgie. De verpleegkundige was werkzaam op deze afdeling. Samengevat verwijt klaagster de verpleegkundige dat zij onvoldoende zorg heeft verleend toen klaagster opgenomen was. De voorzitter van het RTG komt tot oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
Uitspraakdata eerdere zittingen
Kijk voor de uitspraakdatum van eerdere zittingen in de perslijsten hieronder.